Spiekert Martin Hooymans: “De fans moeten een leuke avond hebben”

Martin Hooymans, de gewaardeerde spiekert van ZZ Leiden. Foto: Marja van Tilburg.
Martin Hooymans, de gewaardeerde spiekert van ZZ Leiden. Foto: Marja van Tilburg.

Martin Hooymans is een bekend gezicht in de Leidse basketballwereld. Een zéér bekend gezicht zelfs. Hij is vice-voorzitter van BS Leiden, maar veel Leidse basketballfans zullen hem vooral kennen als de speaker bij de thuiswedstrijden van ZZ Leiden. Een gesprek over basketball en de kunst van speaker zijn.

Wat heb jij met basketball?

“Ik vind basketball geweldig. Het is een ontzettend snelle sport, atletisch, aantrekkelijk, veel leuker dan voetbal. Dat is vaak traag, een wedstrijd kan zonder doelpunten eindigen. De sfeer bij basketball is ook veel aangenamer, geen hi-ha-hondelul, veel minder agressie.

Ik zat in mijn middelbareschooltijd op het Bona, waar ik les kreeg van de beroemde Ton Kallenberg. Ik vond basketball leuk, maar het is toen niet zo blijven plakken. Ruim 20 jaar geleden wilde mijn toen zesjarige zoontje iets doen met sport. Hij had hetzelfde tegen voetbal als wat ik ertegen heb. We zijn bij basketball wezen kijken, hij was verkocht en het is BS Leiden geworden. Gaandeweg kreeg ik daar steeds meer taken. Een keer helpen bij de open dag, coach, scheidsrechter, zo rol je er steeds meer in. Nu ben ik er ruim tien jaar vice-voorzitter.”

En hoe ben jij bij ZZ Leiden betrokken geraakt?

“Bij BS Leiden organiseerden we allerlei evenementen, zoals de Final Four bij de junioren en de play-offs bij de Heren 1. Ik deed dan meestal het kletsgedeelte. Niet bij de wedstrijden zelf, maar meer het gedeelte erom heen. Theo Knijnenburg en Marcel Verburg kwamen op een gegeven moment langs bij BS Leiden met hun plannen voor een professionele basketballclub. Ze wilden samenwerken. We hadden er zeker zin in, maar we waren ook wat bezorgd. Gaat dit wel wat worden?

Vervolgens vroegen ze aan mij of ik speaker wilde worden. Terwijl ik nog nooit bij een wedstrijd speaker was geweest. In het begin hadden we een poule met drie mensen:  Martin Houwaard, Jan van der Nat en ik. Gaandeweg was ik steeds vaker aan de beurt en na twee jaar hebben we besloten dat ik de vaste speaker werd.

Ik heb het vak echt moeten leren. Wat zeg je wel? Wat zeg je niet? Een uitbal bijvoorbeeld niet. Een score uiteraard wel. En een rebound als ie spectaculair is. Ik wist best wat van basketball, maar niets van het vak van speaker. Ik ben echt gegroeid in die rol.”

Wat vind je zo er leuk aan?

“Het leuke van speaker is dat je bijdraagt aan de sfeer in de hal. Je bent onderdeel van de entertainmentgroep. Ik zie allemaal dingen die jullie ook zien, alleen probeer ik er iets meer van te maken, door bijvoorbeeld ‘threeee’ te roepen.

Het geluid en de muziek zijn  enorm belangrijk, mensen onderschatten gemakkelijk de rol van Ruud Haamke. Zonder Ruudje heb je geen speaker, zeg ik wel eens. Als het geluid te hard staat, slaat het publiek dood. Als het te zacht staat, ben ik niet te verstaan en ga ik te hard praten. Tijdens het voorstellen van de teams legt hij er een muziektapijtje onder, precies goed, niet te hard, niet te zacht. Da’s echt knap.

Ik zie allemaal dingen die jullie ook zien, alleen probeer ik er iets meer van te maken, door bijvoorbeeld ‘threeee’ te roepen.

Voor de sfeer zijn de muziek en de geluiden erg belangrijk, je ziet dat het publiek en de spelers er energie van krijgen. De steun van de zesde man in Leiden is beroemd en Ruud, ik en de andere mensen van het entertainment proberen daar een steentje aan bij te dragen. Het doel is een positieve sfeer te creëren, de fans moeten een leuke avond hebben.”

Kun je speaker en supporter tegelijk zijn?

“Ik ben natuurlijk niet neutraal, ik ben en blijf Leiden-supporter. Maar daar moet je niet te veel van laten merken als speaker. Je mag best iets enthousiaster zijn voor je eigen ploeg, maar je moet ook respect tonen voor de tegenstander. Als speaker moet je het goede midden zien te vinden.

Het is lastig om het iedereen naar de zin te maken. Als ik iets positiefs zeg over een mooie score van de tegenstander, krijg ik daar van sommige Leidse supporters commentaar op. Die vinden dat ik dat niet moet doen. Maar ik vind respect voor de tegenstander erg belangrijk. Ik ga ze niet kleiner maken,  geen intimidatie of narigheid. Als Teddy Gipson van Donar knap zijn zesde drietje raak schiet, dan zeg ik dat. Ik wil niet de tegenstander naar beneden duwen.

Wat echt not done is: calls van de scheidsrechter in twijfel trekken. Ik kan wel denken: wat een idiote call, maar dan zeg ik heel rustig: ‘persoonlijke fout Worthy de Jong’.

Eén keer ben ik wel losgegaan als thuisspeaker. Toen speelde Leiden een play-offwedstrijd in Den Bosch en verzorgde ik het commentaar in de businesslounge in Leiden, waar de wedstrijd op een groot scherm te zien was. Voor eigen publiek, dus dat kon geen kwaad. Ik ben heerlijk chauvinistisch geweest. ‘Nou scheids, wat is dat nou voor een call, heb je m’n brilletje nodig?’, dat werk.”

Spiekert Martin Hooymans over zijn outfit: "Sommigen vinden mijn vorige blauwe jasje mooier, anderen zeggen: Martin, dit past precies bij jou! Ik ben er heel blij mee.”
Spiekert Martin Hooymans over zijn outfit: “Sommigen vinden mijn vorige blauwe jasje mooier, anderen zeggen: Martin, dit past precies bij jou! Ik ben er heel blij mee.” Foto: Marja van Tilburg

Hoe bereid jij je voor op een wedstrijd?

“Ik heb een checklist van zo’n 15 punten die ik voor de wedstrijd helemaal langs ga, zodat ik niets vergeet. Als je het al jaren doet, dreigt natuurlijk dat je nonchalant wordt en fouten gaat maken. Dat wil ik niet. De spelers warmen zich op en dat doe ik ook. Ik ga het lijstje helemaal langs. Zijn er mini’s van de week en hoe heten ze? Wordt er een speler van de maand gehuldigd? De uitspraak van namen van spelers van de tegenstander. Als ik twijfel, vraag ik het aan de teammanager van de bezoekende ploeg. Jason Dourisseau spreek je anders uit dan je zou verwachten. De meeste mensen spreken het eerste deel uit als Doe, maar dat moet Duh zijn, een stomme klank. Craig Osaikhwuwuomwan, ja, daar moet je wel even op studeren, maar ik heb ‘m nu aardig onder de knie.”

Krijg je wel eens reacties van tegenstanders en scheidsrechters?

“Jazeker, ik krijg best vaak complimenten van ze. Die waarderen dat ik respect voor ze heb. En dat ik moeite doen om namen correct uit te spreken. ‘You are the best speaker of the FIBA’, zei een buitenlandse scheidsrechter na een wedstrijd voor de FIBA Europe Cup. Leuk, denk ik dan, maar je hebt ze vast niet allemaal gehoord. Buitenlandse teams vinden het ook mooi dat ik ze in hun eigen taal verwelkom. Ik heb niet altijd een idee wat ik precies zeg, maar ik krijg er complimenten voor. ‘You could be Finnish’, zei een Fin van Kataja Basket tegen me toen ze laatst bij ons in de Vijf Meihal op bezoek waren. Dat was uiteraard erg overdreven, maar leuk om te horen.”

Let je er ook op hoe andere speakers het doen?

“Ik ga niet vaak naar uitwedstrijden van Leiden, ik breng al een behoorlijk deel van mijn tijd door in basketballhallen. Als ik ga, dan kijk ik echt naar het spel, ik let niet op de speaker. Ik heb wel heel fijn samengewerkt met Martin Kuizenga, de speaker van Donar, die is heel goed. Er was een wedstrijd om de Supercup op neutraal terrein. We besloten om het samen te doen en hebben afspraken gemaakt. Als Leiden in de aanval was deed ik het woord, als Donar in de aanval was hij. En als er een fout van Leiden was, dan deed ik die, bij een Groningse fout hij. Ging hartstikke goed en toen we wonnen mocht ik de ceremonie doen, dat was geweldig.”

Dat blauwgroene pak van je. Vertel…

“Dit is mijn vierde pak. Ik ben begonnen met een rood jasje met glitters, die vielen er de hele tijd af. Na de wedstrijd kon je precies zien waar ik had gezeten. Daarna een blauwe met glitters, maar daar stond niks op. Vervolgens een mooi blauw jasje met een logo erop: spiekert Martin.

Twee jaar geleden wilde ZZ meer met de kleuren van de hoofdsponsor doen, blauw en groen. Dat zie je nu terug in het tenue, de boarding, de stoeltjes. En toen zeiden ze: Martin, jij moet een blauwgroen pak. Een dame in Amsterdam die kostuums voor het toneel ontwerpt, heeft toen een prachtig ontwerp gemaakt. Ik heb wel wat inspraak gehad, maar het is echt haar idee. Toen ik het ontwerp zag, zei ik: geweldig, doe maar! In het echt bleek het nog veel meer over the top dan ik dacht, maar ik vind het schitterend.

Het is echt een mooi kostuum, met allerlei leuke details zoals stoffen die op verschillende plaatsen terugkeren. Alleen over de hoed was ik eerst niet zo tevreden. Die had een erg smalle rand, dat was niet zo zwierig. Dat is uiteindelijk een mooie brede rand geworden, die veel beter past bij de rest. Die hoed zet ik tijdens de wedstrijd wel af, want hij zit behoorlijk strak, is best zwaar en bovendien ziet iedereen die achter mij zit anders niets meer van de game. Ik krijg wisselende reacties op dat pak. Sommigen vinden mijn vorige blauwe jasje mooier, anderen zeggen: Martin, dit past precies bij jou! Ik ben er heel blij mee. Het gaat om het spektakel en dat pak draagt eraan bij.”

 

(13 Posts)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *